13mei, 20
VANDIJK advocaten - Beëindiging arbeidsovereenkomst: recht op uitbetaling niet-genoten vakantie en atv-dagen (J.A. Jacintha Devilee)

Het komt nog al eens voor dat in tijd van financiële problemen de ene vennoot het geld in de onderneming wil laten en de andere vennoot toch zijn managementvergoeding wenst. Maar wat als er een financiële krapte is en de vennoot, die ook bestuurder is, betaalt zichzelf toch een vergoeding uit. Handelt deze vennoot als bestuurder dan onrechtmatig?

Feiten

In deze uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van 15 april 2020 gaat het om bestuurdersaansprakelijkheid bij de uitbetaling van een managementvergoeding tijdens financiële krapte. A is een van de twee vennoten van een VOF. A en B-BV hebben in oktober 2015 een managementovereenkomst gesloten. B-BV heeft zich op het standpunt gesteld dat zowel beide vennoten als de VOF op basis van deze overeenkomst van oktober 2015 tot januari 2017 statutair bestuurder waren van B-BV.

Volgens B-BV heeft A in de functie van statutair bestuurder ten onrechte gelden aan de VOF overgemaakt, waaronder € 41.140,- aan managementvergoeding. B-BV is vervolgens een gerechtelijke procedure jegens de VOF, A en zijn medevennoot gestart. B-BV vordert onder meer terugbetaling van de managementvergoeding en stelt dat sprake is van onbehoorlijk bestuur (artikel 2:9 BW) en/of onrechtmatige daad (artikel 6:162 BW) door A.

De rechtbank laat in het midden of A bestuurder van B-BV is geweest. A heeft namelijk niet weersproken dat hij ruim een jaar feitelijk leiding heeft gegeven aan B-BV. A is daarom aan te merken als feitelijk beleidsbepaler van B-BV. Een feitelijk beleidsbepaler kan net als een bestuurder tegenover de vennootschap aansprakelijk zijn op grond van artikel 6:162 BW.

Geschil

B-BV stelt dat zij in de loop van 2016 in financiële problemen is geraakt. Er was een aanzienlijke kans dat zij ten onder zou gaan. De aandeelhouders van B-BV hebben daarom in december 2016 afgesproken om in totaal € 330.000,- extra in B-BV te investeren. A heeft vervolgens in diezelfde maand als bestuurder dan wel feitelijk beleidsbepaler van B-BV in totaal € 41.140,- aan managementvergoeding aan de VOF betaald. Daar was de extra financiering echter niet voor bedoeld en A was daarvan op de hoogte. Volgens B-BV had A moeten wachten met de betaling van de managementvergoeding totdat zij rendabel was en heeft A onrechtmatig gehandeld nu hij dit niet heeft gedaan.

Oordeel rechtbank

De rechtbank oordeelt dat bij de stand van zaken niet kan worden geconcludeerd dat A onrechtmatig heeft gehandeld door de managementvergoedingen aan de VOF uit te laten betalen, laat staan dat hem een persoonlijk ernstig verwijt kan worden gemaakt. De enkele omstandigheid dat het financieel slecht gaat met een vennootschap, maakt niet dat de (feitelijk) bestuurder zichzelf (of een gelieerde vennootschap) geen managementvergoeding meer mag laten uitbetalen. B-BV wordt veroordeeld in de proceskosten als de in het ongelijk gestelde partij.

Mei 2020

VANDIJK advocaten - Justian Bohr 1

Justian Bohr

flexplek@vandijkadvocaten.nl

Meer informatie? Neem contact met ons op!