17aug, 20
VANDIJK advocaten - Opzegging arbeidsovereenkomst met werknemer die de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt (mr. Monique S. van Dijk)

In deze uitspraak van Rechtbank Amsterdam van 15 juni 2020 is geoordeeld dat een werkgever de arbeidsovereenkomst met een werkneemster die de AOW-gerechtigde leeftijd had bereikt mocht opzeggen zonder instemming van de werkneemster, toestemming van het UWV of ontbindingsbeschikking van de kantonrechter. Het feit dat de arbeidsovereenkomst is aangegaan nadat de werkneemster de AOW-gerechtigde leeftijd had bereikt doet hier niet aan af. Voldoende was dat de arbeidsverhouding vóór het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd was aangevangen.

Feiten en omstandigheden

Werkneemster is 73 jaar oud en is van april 2010 tot december 2010 op uitzendbasis bij werkgever te werk gesteld. Per december 2010 is werkneemster op basis van een arbeidsovereenkomst van 6 maanden in dienst getreden bij werkgever. De tweede tijdelijke arbeidsovereenkomst tussen partijen liep van juni 2011 tot maart 2012. Vervolgens is vanaf 16 maart 2012, de datum waarop werkneemster de AOW-gerechtigde leeftijd bereikte, een arbeidsovereenkomst voor de bepaalde tijd van een jaar gesloten.

Hierbij is tegelijkertijd in een vaststellingsovereenkomst afgesproken dat de arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden zou eindigen na een jaar. Deze constructie is driemaal herhaald. In februari 2016 is de arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd voortgezet. In januari 2020 heeft werkgever de arbeidsovereenkomst opgezegd wegens het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd.

Geschil

Werkneemster heeft werkgever in rechte betrokken. Zij verzoekt de opzegging van de arbeidsovereenkomst te vernietigen en werkgever te veroordelen om haar op de werkplek toe te laten en haar eigen functie te laten uitoefenen. Werkneemster heeft ter onderbouwing hiervan – samengevat – aangevoerd dat nu partijen ruimschoots ná de datum waarop werkneemster de AOW-gerechtigde leeftijd heeft bereikt een nieuwe arbeidsovereenkomst zijn aangegaan, werkgever geen beroep kan doen op de opzeggingsbevoegdheid wegens het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd.

Werkneemster stelt bovendien dat werkgever al gebruik heeft gemaakt van haar eenmalige recht om de arbeidsovereenkomst met werknemer per haar pensioengerechtigde leeftijd op te zeggen. Werkneemster verwijst hierbij naar de tekst van de vaststellingsovereenkomst van 6 maart 2020 onder C: “Na ommekomst van de arbeidsovereenkomst d.d. 1 december 2010 is tussen partijen nogmaals een arbeidsovereenkomst gesloten, welke arbeidsovereenkomst van rechtswege zal eindige per 16 maart 2012, de datum waarop Werknemer de leeftijd van 65 jaar bereikt”.

Oordeel rechtbank

De arbeidsovereenkomst die is ingegaan op 1 december 2010 is door middel van een gelijktijdige vaststellingsovereenkomst geëindigd op 16 maart 2012, tevens de datum waarop werkneemster de voor haar geldende AOW-gerechtigde leeftijd heeft bereikt. Zoals ook is vastgelegd in de vaststellingsovereenkomst, is deze arbeidsovereenkomst van rechtswege geëindigd. Dit is geen opzegging als bedoeld in artikel 7:669 lid 4 BW. Ook nadien heeft geen opzegging van de arbeidsovereenkomst door werkgever plaats gevonden.

De arbeidsrelatie is immers daarna voortgezet, vanaf 16 maart 2016 zelfs voor onbepaalde tijd. Dat werkneemster bij het aangaan van deze laatste arbeidsovereenkomst reeds geruime tijd AOW-gerechtigd was, staat niet aan toepassing van de opzeggingsbevoegdheid van artikel 7:669 lid 4 BW in de weg.

Conclusie

Gelet op de ratio achter het artikel is het juist de bedoeling van de regering geweest om geen belemmeringen op te werpen om AOW-gerechtigden in dienst te nemen of te houden. In dat licht moet aansluiting worden gezocht bij de aanvang van de arbeidsrelatie tussen partijen in 2010 en niet bij de aanvang van de laatste arbeidsovereenkomst in 2016. Bij de aanvang van de arbeidsrelatie in 2010 had werkneemster de AOW-leeftijd nog niet bereikt. Dit leidt tot het oordeel dat de opzegging van de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig is en de verzoeken van werkneemster moeten worden afgewezen.

Augustus 2020

msvandijk@vandijkadvocaten.nl

Meer informatie? Neem contact met ons op!