2jul, 17
VANDIJK advocaten - Werknemer verschijnt tijdens schorsing op werk: terecht ontslag op staande voet!

In deze kwestie die zich recent voordeed bij het gerechtshof Den Haag gaat het om een werknemer in dienst bij een familiebedrijf dat zich bezighoudt met de teelt van sierplanten, groenten en wortel- en knolgewassen. Deze werknemer werd geschorst en uiteindelijk ontslagen, omdat hij zich niet hield aan de sommaties van de werkgever om geen werkzaamheden meer te verrichten. Hieronder wordt een en ander besproken.

Schorsing werknemer

De reden van voornoemde (onmiddellijke) schorsing was gelegen in het plaatsen van een valse handtekening onder de notulen van de algemene vergadering van aandeelhouders en het onrechtmatig onttrekken van aanzienlijke bedragen uit de onderneming.

Per brief is aangegeven dat het de werknemer tijdens de schorsing niet is toegestaan het bedrijf te betreden, zonder dat hiervoor schriftelijke toestemming is gegeven. Evenwel is werknemer de volgende dag toch op de werkvloer verschenen. Hierop heeft de werkgever wederom schriftelijk aan de werknemer medegedeeld dat dit gedrag niet wordt geduld en dat de werknemer tijdens zijn schorsing niet op de werkvloer mag verschijnen, zonder schriftelijke toestemming van de werkgever. Echter, de dag daarna verricht de werknemer wederom werkzaamheden in het bedrijf. In de loop van diezelfde dag is een brief aan de werknemer overhandigd waarin werknemer wordt gesommeerd om zijn werkzaamheden neer te leggen. Daarbij wordt aangegeven dat indien de werknemer zich hieraan niet houdt, dit wordt beschouwd als het niet opvolgen van een redelijke opdracht die tot gevolg heeft dat ontslag op staande voet zal volgen. Desalniettemin is werknemer toch weer komen opdagen en heeft wederom werkzaamheden verricht voor het bedrijf. Hierop is werknemer gesommeerd om binnen vijf minuten het pand te verlaten, omdat ontslag op staande voet zou volgen.

Vordering werknemer en tegenverzoek werkgever

Werknemer is een kort gedingprocedure gestart teneinde weer toegelaten te worden op de werkvloer. Deze vordering is echter afwezen. Werknemer is vervolgens een procedure gestart bij het gerechtshof Den Haag. In deze procedure heeft de werknemer verzocht om het gegeven ontslag op staande voet, te vernietigen. Daarnaast verzoekt de werknemer om weer te worden toegelaten tot zijn werkzaamheden.

De werkgever heeft in diezelfde procedure een tegenverzoek gedaan, inhoudende de arbeidsovereenkomst op de kortst mogelijke termijn te ontbinden.

Het hof stelt vast dat het voor de werknemer volkomen duidelijk moet zijn geweest dat zijn werkgever hem heeft geschorst. Volgens het hof is vast komen te staan dat de werkgever vasthield aan voornoemde schorsing, maar dat de werknemer de schorsing in de wind heeft geslagen en toch zijn werkzaamheden heeft voortgezet c.q. hervat. Hoewel de werknemer meent dat de vraag nog moet worden beantwoord of hij voorafgaand aan zijn schorsing had moeten worden gehoord en of de schorsing een deugdelijke grondslag had, komt het hof tot het oordeel dat deze vragen er niet toe doen. Essentieel was immers dat de werknemer geschorst was en dat de werkgever aan deze schorsing vasthield, maar dat de werknemer – in weerwil van de werkgever – zijn arbeid heeft verricht. De werknemer heeft de schorsing dus meerdere malen genegeerd. Het hof merkt nog op dat bij een ontslag op staande voet nog een rol kan spelen of de schorsing evident ondeugdelijk tot stand is gekomen, maar ook hiervan is geen sprake volgens het hof.

Gelet op het feit dat de werknemer zich willens en wetens van de aan hem opgelegde schorsing niets heeft aangetrokken en tot tweemaal toe een in dat kader gegeven sommatie naast zich neer heeft gelegd, heeft de werknemer zich bewust niets aangetrokken van het gezag van het bestuur van de werkgever hiermee dan ook de leiding van het bedrijf ondermijnd. Kortom, het gegeven ontslag op staande voet blijft ook in hoger beroep in stand.

VANDIJK advocaten - Jacintha Devilee

mr. J.A. Jacintha Devilee

Meer informatie? Neem contact met ons op!