21apr, 16
VANDIJK advocaten - (Terug)levering van verpakkingsmateriaal

In geschil tussen een vervoerder en een ondervervoerder is de teruglevering van een fust (kooikarren, platen en dozen waarmee bloem- en plantproducten van A naar B zijn vervoerd).

Het Hof stelt voorop dat het CMR of de wet niet een bepaald document voorschrijft dat bij aflevering van de fust had moeten zijn gebruikt. Van een wettelijk bewijsvermoeden bij het ontbreken van een document is geen sprake. De omstandigheid dat een afgetekend document – fustbon of vrachtbrief – ontbreekt, zegt naar het oordeel van het hof in dit geval onvoldoende. Het ontbreken van een ontvangstbewijs kan er evenzeer op duiden dat vervoerder dit in het onderhavige geval niet heeft verstrekt. Daarbij neemt het hof in aanmerking dat het hier niet ging om de te vervoeren zaken zelf maar om fust en dat partijen van mening verschillen over de gebruikelijke gang van zaken bij aflevering van fust. Voor zover gebruik wordt gemaakt van fustbonnen, heeft ondervervoerder aangetoond dat een fustbon geen voor een ondervervoerder bestemd doordrukvel bevat. Dat standaard een kopie wordt verstrekt, betwist ondervervoerder gemotiveerd.

De vrachtbrieven (waarop staat aangetekend dat het fust retour is genomen) en de uitdraaien uit de fustadministratie van Holland Indoor Plants B.V. (waarin het hier aan de orde zijnde fust ontbreekt) zeggen onvoldoende over de vraag of het fust al dan niet bij Holland Indoor Plants B.V. is afgeleverd.

Slotsom is dat de vorderingen van vervoerder alsnog zullen worden afgewezen. Vervoerder zal als in het ongelijk gestelde partij worden verwezen in de kosten van het geding in beide instanties en – zoals gevorderd – worden veroordeeld tot terugbetaling van de door ondervervoerder voldane proceskosten in eerste aanleg.

Meer informatie? Neem contact met ons op!