30mei, 16

Het Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch heeft een belangrijk arrest gewezen over het retentierecht. Door dit arrest is het mogelijk om het retentierecht effectiever toe te passen. Het is voor een schuldeiser nu ook mogelijk om het recht toe te passen bij niet-opeisbare vorderingen.

Het retentierecht geeft de aannemer de bevoegdheid om het werk niet aan de opdrachtgever ter beschikking te stellen zolang betaling door de opdrachtgever uitblijft. Sterker nog, het retentierecht kan zelfs worden ingeroepen tegen derden tegen derden met een jonger recht op de zaak en zelfs tegen derden met een ouder recht op de zaak. Bijvoorbeeld een hypotheekhouder.

Over het algemeen werd aangenomen dat voor het bestaan van een retentierecht sprake moet zijn van een opeisbare vordering, dat er sprake moet zijn van samenhang tussen de vordering en de verbintenis en dat de aannemer de feitelijke macht over de onroerende zaak uitoefent in die zin dat afgifte nodig is om de zaak weer in de macht van de schuldenaar te brengen. Volgens het eerste moet de vordering opeisbaar zijn, dat betekent dat er facturen zijn die onbetaald zijn.

Het Hof stapt van de heersende leer af en stelt zich op het standpunt dat het vereiste van opeisbaarheid niet geldt en verwijst daarbij naar de parlementaire geschiedenis bij de totstandkoming van het relevante artikel (artikel 3:291 BW) waarin staat: “dat één van de vereisten voor het ontstaan van het retentierecht is: het ontstaan van een vordering. Vaak zal de vordering voortvloeien uit een overeenkomst. Men lette erop dat zij in dat geval in beginsel ontstaat op het moment van het sluiten van die overeenkomst.”

Doordat het Hof het vereiste van opeisbaarheid terzijde schuift heeft dit voor de praktijk wellicht interessante gevolgen. Het betekent dat het retentierecht in meer gevallen kan worden ingeroepen. De aannemer kan dit recht ook al is de betalingstermijn nog niet verstreken.

Het Hof geeft ook antwoord op de vraag welk recht voor gaat. Een aannemer met een retentierecht of een aannemer met een hypotheekrecht. De wet maakt onderscheid in rechten die jonger en rechten die ouder zijn dan het retentierecht. Het Hof heeft  het ontstaan van het retentierecht gekoppeld aan het moment van het sluiten van de overeenkomst, en niet aan het moment dat facturen opeisbaar werden. Pech voor de aannemer met het hypotheekrecht.

VANDIJK advocaten

Gerechtshof 29 maart 2016, ECLI:NL:GHSHE:2016:1179.

Meer informatie? Neem contact met ons op!