13mei, 16
VANDIJK advocaten - Beperking van het erfdeel bij verzet

De Cautio Socini is een bepaling in een testament waarin het erfdeel wordt beperkt als een erfgenaam zich verzet tegen testament of de uitvoering ervan. Dit rechtsfiguur wordt erkend in de parlementaire geschiedenis. Op 20 november heeft de Hoge Raad een arrest gewezen waarin de Cautio Socini zowel voor het oude als voor het nieuwe recht geldig wordt verklaard. Hiermee heeft de Hoge Raad een eerdere uitspraak van het Hof bevestigd.

Procesverloop
In deze zaak heeft een erflater in zijn testament bepaald dat, indien een van zijn vier kinderen (die gezamenlijk en voor gelijke delen tot erfgenaam zijn benoemd) “zich verzet tegen enige bepaling van het testament of tegen de uitvoering daarvan”, het erfdeel van dat kind wordt beperkt tot zijn wettelijk erfdeel en dat het ten gevolge hiervan vrijkomende deel van de nalatenschap zal toekomen aan zijn echtgenote (moeder van zijn vier kinderen) die voor dat deel tot erfgename wordt benoemd.

Het Gerechtshof oordeelt dat de Cautio rechtsgeldig is maar dat art. 4:4 lid 1 BW meebrengt dat de erfgenaam daarmee niet de vrijheid wordt ontnomen een hem toekomende erfrechtelijke bevoegdheid (zoals het indienen van een verzoek tot ontslag van de executeur of het beneficiair aanvaarden van de nalatenschap) uit te oefenen, behoudens in die gevallen waarin de erfgenaam een dergelijke bevoegdheid uitoefent op een wijze die als misbruik van die bevoegdheid moet worden aangemerkt.

In cassatie bevestigt de Hoge Raad dit oordeel van het Hof. Het beroep van de executeur-testamentair op artikel 4.3.3.14b lid 1 van het Gewijzigd Ontwerp voor Boek 4 BW is tevergeefs. In deze ontwerpbepaling, die uiteindelijk niet in boek 4 BW is opgenomen, was voor de Cautio Socini een expliciete uitzondering gemaakt op de nietigheidsregel van art. 4:4 lid 1 BW. Deze uitzondering luidde: “Een erflater kan een uiterste wilsbeschikking ervan afhankelijk stellen, dat een legitimaris van een hem als zodanig toekomende bevoegdheid afstand doet.”

Hoge Raad, 20 november 2015, ECLI:NL:HR:2015:3329

Meer informatie? Neem contact met ons op!