21apr, 16
VANDIJK advocaten - Opzegging van een duurovereenkomst.

Op 9 maart 2016 heeft de rechtbank Rotterdam geoordeeld in een geschil tussen een vervoerder en een bevrachter. Op de internationale vervoersovereenkomst is voor het deel dat het CMNI niet regelt, naast het CMNI Nederlands recht van aanvullende toepassing verklaard omdat de vervoersovereenkomst met twee Nederlandse partijen is gesloten en het vervoer vanuit Nederland plaatsvond.

De vordering van de vervoerder tot betaling van de vracht wordt gedeeltelijk toegewezen. Het resterende deel heeft de bevrachter mogen verrekenen in verband met teveel betaalde vracht door onjuist berekende ladinghoeveelheden.

De tegenvordering van de bevrachter tot verrekening is gedeeltelijk verjaard; de toepasselijkheid van de verjaringsregeling van het CMNI brengt mee dat voor ieder onderdeel van de vordering van de bevrachter geldt dat de verjaringstermijn van één jaar is gaan lopen de dag na de lossing van het schip. Een deel van de vordering is gestuit door het tijdig versturen van een stuitingsbrief.

De bevrachter stelt dat hij een vordering heeft op de vervoerder wegens wanprestatie dan wel een onrechtmatige daad van de vervoerder. Er zouden door de ijkmeesters fouten zijn gemaakt bij het vaststellen van het gewicht. Dergelijke fouten komen echter in beginsel voor rekening en risico van de afzender. De bevrachter heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat hij bewijs zou kunnen leveren van zijn stelling dat door of namens vervoerder doelbewust verkeerde tonnages zijn doorgegeven aan de ijkmeester zodat hij niet tot dit bewijs wordt toegelaten.

(rechtbank Rotterdam, 9 maart 2016, ECLI:NL:RBROT:2016:1837)

Meer informatie? Neem contact met ons op!