26sep, 16
VANDIJK advocaten - Een mooie carrièrestap alleen betekent niet dat een geldend concurrentiebeding niet meer zou moeten gelden

Op 8 maart 2016 (ECLI:NL:RBNNE:2016:1321) heeft de rechtbank Noord-Nederland geoordeeld dat het (vooruit)zicht op een mooie carrière niet met zich meebrengt dat een geldend concurrentiebeding daardoor niet meer zou moeten gelden. Dit is niet anders als in de arbeidsovereenkomst een geheimhoudings- en/of relatiebeding is opgenomen.  De rechter zal bij het verzoek van de werknemer om het concurrentiebeding te schorsen (niet van toepassing te verklaren), dan ook een belangenafweging maken. De belangen van de werknemer om het concurrentiebeding te schorsen wordt dan door de rechter afgewogen tegen het belang van de werkgever om het concurrentiebeding juist te handhaven.

In deze uitspraak wordt het verzoek van de werknemer om zijn concurrentiebeding te schorsen, afgewezen. Het concurrentiebeding wordt wel beperkt tot één jaar. Het Hof Arnhem vond al in 2013 (ECLI:NL:2013:9450) dat een concurrentiebeding in het algemeen niet langer mag duren dan één jaar na het beëindigen van de arbeidsovereenkomst.

Casus

Werknemer heeft een overeenkomst voor onbepaalde tijd sedert 17 april 2007. Werknemer is werkzaam in de functie van filiaalleider van een vestiging van Werkgever. Voor werknemer geldt een concurrentiebeding voor de duur van 2 jaar en voor een straal van 75 kilometer van het bedrijf van de werkgever. Werknemer zegt de arbeidsovereenkomst per 1 december 2015 op. Werknemer krijgt een baan aangeboden bij de concurrent. Werknemer kan in dienst treden in de hogere functie van bedrijfsleider. Werkgever houdt werknemer aan zijn concurrentiebeding.

Werknemer vraagt de rechtbank om het geldende concurrentiebeding te schorsen omdat hij door dit concurrentiebeding, als dit wordt gehandhaafd, onredelijk in zijn carrièremogelijkheden en zijn toekomst wordt benadeeld.

Werkgever vraagt handhaving van het concurrentiebeding, het staken van werkzaamheden bij de concurrent en het betalen van de boete wegens schending van het concurrentiebeding.

Oordeel rechter

De kantonrechter weegt de belangen van de werkgever en werknemer tegen elkaar af.

De werknemer heeft een fundamentele (grond)recht op een vrije arbeidskeuze.

Voor de werkgever geldt dat deze een gerechtvaardigd belang heeft om zijn bedrijfsbelangen te beschermen. De werkgever kan daarom het recht op vrije arbeidskeuze van de werknemer beperken. Hij mag dit echter alleen doen als hij voldoet aan de daaraan verbonden strikte (wettelijke) voorwaarden.

Een van de belangrijkste voorwaarde is dat het concurrentiebeding schriftelijk moet zijn overeengekomen. En dat de reikwijdte van de inperking van de vrije arbeidskeuze voor de werknemer kenbaar is.

Cruciaal bij de beantwoording van de vraag of een werknemer aan een non-concurrentiebeding kan worden gehouden, of dat hij een geldend concurrentiebeding heeft overtreden, is of de werknemer het zogenaamde bedrijfsdebiet van zijn (voormalig) werkgever daadwerkelijk in gevaar brengt of heeft gebracht. Het bedrijfsdebiet van de werkgever bestaat – naast bijvoorbeeld knowhow en specifieke producten – bij uitstek uit de zakelijke relaties die de werkgever heeft opgebouwd.

In deze casus brengt de belangenafweging door de rechter met zich mee dat het verzoek van werknemer om het concurrentiebeding te schorsen, wordt afgewezen. Werknemer krijgt bij de nieuwe werkgever een functie in welke functie verwacht mag worden dat hij (voormalige) werkgever zal beconcurreren. Hij heeft specifieke kennis van bedrijfsgeheimen van (voormalig) werkgever die concurrentiegevoelig zijn.

Het te respecteren belang van een werkgever om een concurrentiebeding te handhaven, is volgens de rechtbank niet gelegen in het tegengaan van concurrentie in het algemeen, maar het voorkomen dat een ex-werknemer – met gebruikmaking van de kennis van de onderneming van de (voormalig) werkgever, die hij zonder de werkzaamheden bij zijn (voormalig) werkgever niet zou hebben – zijn (voormalig) werkgever rechtstreeks zou kunnen beconcurreren en daarmee zichzelf of een derde (nieuwe werkgever) een ongerechtvaardigde voorsprong in concurrerend handelen zou kunnen bezorgen.

Wel vond de rechtbank de duur van het concurrentiebeding van 2 jaar te lang. De duur is beperkt tot één jaar.

Juridisch advies

Voor juridisch advies omtrent dit onderwerp kunt u contact opnemen met onze advocate mr. Monique S. van Dijk.

msvandijk@vandijkadvocaten.nl

 

 

 

Meer informatie? Neem contact met ons op!