23mei, 17
VANDIJK advocaten - Medehuurderschap en het (financieel) belang van de verhuurder

Echtgenoten en geregistreerd partners, worden automatisch medehuurder van een huurwoning wanneer zij duurzaam bij hun partner intrekken. Het voordeel van het automatisch medehuurderschap is gelegen in het feit dat wanneer de relatie eindig is, of wanneer een van de partners komt te overlijden, de andere partner de huurovereenkomst (inclusief rechtsbescherming) onverminderd voortzet. Alsdan wordt de verhuurder met een andere persoon als huurder geconfronteerd, dan waarmee de verhuurder oorspronkelijk de huurovereenkomst is aangegaan. De vraag is dan of het (financieel) belang van de verhuurder dient te worden meegewogen bij een dergelijke beoordeling.

Partners of samenwoners anders dan

Lang niet altijd gaan alleen maar partners met elkaar samenwonen. Dit gebeurd bijvoorbeeld ook in het geval van een familiair of vriendschappelijk verband. In dit soort gevallen kent de wet geen automatisch medehuurderschap toe aan degene die bij de huurder inwoont. Echter, is de situatie aan de hand waarin een huurder met een andere persoon een duurzame gemeenschappelijke huishouding heeft en die andere persoon zijn of haar hoofdverblijf in de woning waar de huurovereenkomst betrekking op heeft, dan ligt het anders. Op grond van de wet zijn een tweetal vereisten van belang in het kader van medehuurderschap. Er moet sprake zijn van een hoofdverblijf in het gehuurde en er dient een duurzame gemeenschappelijke huishouding te worden gevoerd. Indien en voor zover hieraan wordt voldaan en de verhuurder stemt binnen drie maanden niet in met het verzoek, dan kan de huurder dit verzoek bij de rechter neerleggen. Overigens geldt in het geval van een familiaire betrekking dat er niet snel sprake zal zijn van een duurzaam gemeenschappelijk huishouden, nu kinderen doorgaans plegen uit te vliegen.

Gronden voor afwijzing vordering medehuurderschap

De rechter heeft slechts drie grondslagen waarop hij de vordering tot het medehuurderschap kan afwijzen. Ten eerste wijst de rechter de vordering af wanneer de medehuurder niet minimaal twee jaar in de woonruimte zijn hoofdverblijf heeft en met de huurder een duurzame gemeenschappelijke huishouding heeft gevoerd. Ten tweede wijst de rechter de vordering af als de vordering kennelijk slechts de strekking heeft om de beoogd medehuurder op korte termijn de positie van huurder te verschaffen. Ten derde wordt de vordering afgewezen wanneer de beoogd medehuurder niet voldoende financiële waarborg biedt. Als de rechter de vordering op voornoemde gronden niet kan afwijzen, dan wordt de vordering toegewezen.

Financiële belangen verhuurder niet van belang

Hieruit blijkt dat de (financiële) belangen van de verhuurder in dit kader niet meespelen. Slechts wanneer er sprake is van een beoogd medehuurder die geen financiële waarborg kan bieden, is de verhuurder ‘beschermd’. Een (financiële) belangenafweging aan de kant van de verhuurder vindt in dit kader geen plaats.

Beoordeling kantonrechter Rotterdam

Vrij recent heeft een van onze advocaten, Jacintha Devilee een gerechtelijke procedure gevoerd namens de huurder in het kader van medehuurderschap. De verhuurder wilde niet instemmen met het door de huurder gedane verzoek tot het medehuurderschap. Tijdens de gerechtelijke procedure heeft de verhuurder een beroep gedaan op het rendement dat zij zou mislopen wanneer de vordering tot medehuurderschap zou worden toegewezen. Hoewel de kantonrechter – gelet op voornoemde criteria hierover geen oordeel hoeft te geven – , heeft de kantonrechter het financieel belang van de verhuurder wel meegewogen in haar beoordeling. Evenwel heeft de kantonrechter meer gewicht toegekend aan het  het belang van de huurder om de feitelijke samenwoning juridisch te formaliseren.

Jacintha Devilee

mr. J.A. Jacintha Devilee

Meer informatie? Neem contact met ons op!