29jul, 17
VANDIJK advocaten - Herroeping gerechtelijke vaststelling vaderschap

Iedereen verdient een tweede kans. Ook in ons rechtsstelsel geldt die gedachte. In onderstaande casus heeft de huurster in het kader van een overlastsituatie een tweede kans gekregen, in die zin dat zij ná de ontbinding van haar oorspronkelijke huurovereenkomst, toch nog een kans van de verhuurder kreeg om in een andere huurwoning van dezelfde verhuurder te wonen. Evenwel zorgde deze huurster volgens de verhuurder wederom voor overlast. Reden waarom door de verhuurder een gerechtelijke procedure werd gestart.

Feiten

De huurster in onderhavige kwestie zorgde zoals gezegd reeds in een eerder stadium voor veel overlast. Dit was dan ook de reden voor de verhuurder om een gerechtelijke procedure te starten. In die gerechtelijke procedure werd de huurovereenkomst ontbonden wegens ernstige overlast. Evenwel zijn partijen nadien overeengekomen dat de huurster op basis van een zogeheten ‘laatste-kans-overeenkomst’ woonachtig kon blijven in de huurwoning. Deze ‘laatste-kans-overeenkomst’ bevatte echter wel een groot aantal bijzondere voorwaarden, die naast de gebruikelijke en algemene huurvoorwaarden van toepassing werden verklaard op deze rechtsverhouding. Belangrijk element in deze bijzondere voorwaarden vormt het accepteren van (lokale) zorg en het hieraan actief meewerken door zowel huurster als haar zoon.

Ondanks deze nieuwe kans die huurster en haar gezin hebben gekregen, kwamen bij de verhuurder tal van overlastmeldingen binnen. Ook het zorgtraject is niet gestart, nu huurster medewerkers van de verhuurder weigert. Om die reden is de verhuurder een nieuwe gerechtelijke procedure gestart, teneinde de ‘laatste-kans-overeenkomst’  te ontbinden.

Gerechtelijke procedure

In eerste instantie is deze kwestie voorgelegd aan de kantonrechter te Rotterdam. De kantonrechter is tot het oordeel gekomen dat de verhuurder huurster geen eerlijke laatste kans heeft gegeven, nu de verhuurder het zorgtraject niet heeft ingezet. Ook geeft de kantonrechter (wellicht ten overvloede) aan dat van huurster en haar kinderen wordt verwacht dat zij zich als een goed huurder gedragen.

De verhuurder is het ten aanzien van het eerste punt niet eens met deze uitspraak en start een hoger beroepsprocedure, teneinde de vordering tot ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde alsnog te doen slagen.

Oordeel gerechtshof

Het hof is het met de verhuurder eens dat zij geen verplichting op zich heeft genomen met betrekking tot de begeleiding van huurster. Hierover zijn namelijk geen afspraken gemaakt in voornoemde overeenkomst. Het hof is van oordeel dat naast de gebruikelijke plichten van een huurder, een huurder ook open dient te staan voor zorgverlening.

Hoewel huurster nog heeft aangevoerd dat haar belang om de woning te behouden groot is en dat zij geen andere plek heeft om te wonen, komt het hof tot het oordeel dat de gebleken overlast dusdanig is, dat er voldoende grond is voor ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde.

VANDIJK advocaten - Jacintha Devilee

mr. J.A. Jacintha Devilee

Meer informatie? Neem contact met ons op!