21apr, 16
VANDIJK advocaten - Recreant laat huur onbetaald: Beperking faciliteiten camping en caravan vernietigd

“Kinderen mogen zelf beslissen vanaf 12 jaar”. In mijn praktijk als familie- en jeugdrechtadvocaat bij VANDIJK advocaten is dit een veelgehoord misverstand. Het staat per slot op internet, en dan is het waar.

Minderjarigen staan onder gezag. Gezag betekent dat de belangrijke beslissingen in het leven van de minderjarige door de gezagouder(s) worden genomen. De verwarring ontstaat doordat de wet voorschrijft dat minderjarigen vanaf 12 jaar, in het geval van een rechtszaak die over hen gaat, door de Kinderrechter worden gehoord.

In de Wet bevordering voortgezet ouderschap en zorgvuldige scheiding  (in 2009) is bepaald dat ouders, wanneer zij uit elkaar gaan, een ouderschapsplan op moeten stellen, waarin zij vastleggen hoe zij hun gezamenlijke verantwoordelijkheid als gezagouders na hun scheiding in zullen vullen. De wet schrijft ook voor dat in het ouderschapsplan moet worden opgenomen op welke wijze de minderjarige bij de totstandkoming van de afspraken is betrokken.

Maar het ouderschapsplan blijft een contract tussen 2 ouders. De kinderen hebben er recht op dat hun ouders na de scheiding hun gezamenlijk verantwoordelijkheid blijven uitoefenen. Kinderen moeten geen last hebben van de scheiding van hun ouders. Dat betekent tevens dat ze als gevolg van de scheiding niet ineens de verantwoordelijkheid hoeven nemen die ze tijdens de relatie van hun ouders nog niet hadden.

Kinderen zijn geen onmondige wezens, en zeker niet als ze wat ouder worden. Daar weet u als ouder natuurlijk alles van. De wetgever houdt daar dan ook rekening mee. De kinderen moeten hun zegje kunnen doen, en met de inbreng van het kind moet wel serieus rekening worden gehouden. Maar beslissen doen de volwassen ouders, of de kinderrechter. Of, zoals het gerechtshof Den Haag onlangs oordeelde in een zaak waarin de kinderen zeer uitgesproken waren om geen contact meer met moeder te willen en haar het gezag te laten ontnemen:

“het is immers niet aan de minderjarigen om over gezag- en omgangskwesties te beslissen, maar aan de ouders. Deze moeten op een verantwoorde manier invulling geven aan hun ouderlijke verantwoordelijkheid”.

Ik ben het daar van harte mee eens.

Wim Schröder

Wim J.G. Schröder

Meer informatie? Neem contact met ons op!