22jul, 19

De gemeente Deventer heeft het spits afgebeten en vormt de eerste organisatie die, met de komst van de nieuwe privacywetgeving, door de rechtbank veroordeeld wordt tot betaling van een schadevergoeding vanwege schending van de privacy van een inwoner van die gemeente.

Waar ging het om?

In de kern gaat het om door een inwoner van de gemeente Deventer gedane wob-verzoeken oftewel inzageverzoeken. De inwoner verzocht de gemeente Deventer om een begrijpelijk en volledig overzicht te verstrekken omtrent de verwerking van zijn persoonsgegevens binnen de gemeente. Op basis van het overzicht dat de gemeente Deventer had verstrekt constateerde de inwoner dat andere bestuursorganen – per e-mail –  kennis hebben genomen van zijn persoonsgegevens.

Voor het doorzenden van zijn persoonsgegevens aan de andere bestuursorganen had de inwoner geen toestemming verleend, zodat de gemeente Deventer in strijd heeft gehandeld met de wettelijke bepaling die op haar van toepassing is (artikel 8 Wbp).

Bezwaar-beroepsprocedure / beslissing op bezwaar

De inwoner gaat in bezwaar bij de gemeente en verlangt van de gemeente Deventer een schadevergoeding. Daar de inwoner in de bezwaarprocedure bot vangt stelt hij beroep in bij de rechtbank Overijssel.

In die procedure stelt de gemeente Deventer zich op het standpunt dat de gegevensverwerking noodzakelijk was voor de goede vervulling van een publiekrechtelijke taak. Vanwege het ontbreken van een nadere onderbouwing blijft het onduidelijk wat de gemeente Deventer hiermee per se wilde aangegeven.

Ter zitting wordt door de gemachtigde van de gemeente, geheel in strijd met het eerder ingenomen standpunt van de gemeente Deventer, bevestigd dat bij het e-mailbericht sprake is geweest van geautomatiseerde verwerking van persoonsgegevens.

De uitspraak van de beroepsprocedure

De door de inwoner gedane beroep bij de rechtbank Overijssel slaagt. De rechtbank stelt vast dat er sprake is van een onrechtmatig besluit van de gemeente Deventer voor zover het betreft de beslissing op bezwaar en vernietigd dat besluit.

De gemeente Deventer wordt opgedragen om – mede gelet op de door de rechtbank Overijssel genomen uitspraak – opnieuw op het door de inwoner gedane bezwaar te beslissen.

De gemeente Deventer laat vervolgens na om opnieuw te beslissen op het door de inwoner gedane verzoek tot schadevergoeding, waardoor de inwoner zich wederom – in een tweede beroepsprocedure – tot de rechtbank Overijssel wendt met als beroepsgrond dat de gemeente Deventer een schadevergoeding aan hem dient toe te kennen wegens schending van zijn privacy en daarmee de privacywetgeving heeft overtreden.

In deze (tweede) procedure stelt de rechtbank Overijssel vast dat de gemeente Deventer heeft nagelaten om in hoger beroep te gaan tegen de eerdere uitspraak van de rechtbank Overijssel, zodat is vast komen te staan dat de beslissing op bezwaar van de gemeente Deventer onrechtmatig is. Hiermee is de bevoegdheid van de bestuursrechter ontstaan om zich te buigen over het verzoek tot schadevergoeding.

Door de handelwijze van de gemeente Deventer, namelijk de persoonsgegevens van de inwoner per e-mail zonder diens toestemming te verstrekken aan andere bestuursorganen, is er schade oftewel nadeel ontstaan dat niet (zozeer) uit vermogensschade bestaat, zodat er een naar billijkheid ( dat wil zeggen met het hart) schadevergoeding vast gesteld dient te worden.

Hierdoor komt de rechtbank Overijssel tot de conclusie dat:

de inwoner in zijn persoon is aangetast wegens verlies van controle over zijn persoonsgegevens. Dat is een persoonlijkheidsrecht. Dit betekent dat eiser op grond van artikel 82 AVG in samenhang met artikel 6:106 BW van het Burgerlijk Wetboek recht heeft op een naar billijkheid vast te stellen schadevergoeding

Kortom, wees er als publiekrechtelijk ingesteld (rechts) persoon op bedacht dat het simpelweg versturen van persoonsgegevens – per e-mail – verwerken van persoonsgegevens is dat, zonder toestemming van de desbetreffende persoon, ertoe kan leiden dat de organisatie een naar billijkheid vast te stellen schadevergoeding verschuldigd zal zijn in de zin van artikel 6:106 BW.

Meer weten over de nieuwe privacywetgeving of vragen over de behandelde uitspraken?

Neem dan contact op met mr. G.J.C.R. Romet VANDIJK advocaten.nl

Heeft u vragen? Neem dan contact op met mr. A.C.C. (Charlotte) ten Hoor.

VANDIJK advocaten - Gregory Romet 3

c.tenhoor@vandijkadvocaten.nl

April 2019.

Meer informatie? Neem contact met ons op!