16jul, 17
VANDIJK advocaten - Fout in het vonnis (kennelijke verschrijving of niet?!)

In een recente uitspraak van de rechtbank Limburg werden door de werknemer van de werkgever diverse bescheiden omtrent (onder meer) de gewerkte uren en het betaalde loon gevorderd. De werknemer kreeg na het sluiten van een vaststellingsovereenkomst het vermoeden had dat hij niet zijn volledige salaris van zijn werkgever heeft ontvangen.

De feiten

In voornoemde kwestie werd na een dienstverband van ongeveer drieënhalf jaar op 31 juli 2015 een vaststellingsovereenkomst gesloten tussen de werknemer en de werkgever, waarin werd vastgelegd dat partijen elkaar over en weer finale kwijting verleenden, uit welke hoofde dan ook.

Anderhalf jaar later heeft de werknemer per brieven van 27 januari 2017 en 10 februari 2017 aan de werkgever verzocht om de arbeidsovereenkomst, de loonstroken, de urenbriefjes en het volledige personeelsdossier. Aan voornoemde verzoeken heeft de werkgever geen gehoor gegeven. Derhalve is de werknemer een gerechtelijke procedure gestart, teneinde voornoemde bescheiden alsnog van de werkgever te ontvangen.

Juridisch kader

Op grond van artikel 843a van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, kan een partij die een rechtsbetrekking heeft met een andere partij, verzoeken om bepaalde bescheiden, indien hij daarbij een rechtmatig belang heeft.

Verweer werkgever

In casu was de werknemer partij (geweest) bij de rechtsbetrekking, dus hieraan kon de werkgever weinig afbreuk doen. Wel betwistte de werkgever dat er sprake was van een rechtmatig belang aan de zijde van de werknemer, nu volgens de werkgever het loon reeds volledige was uitbetaald en partijen elkaar – op grond van de vaststellingsovereenkomst – finale kwijting hadden verleend.

Oordeel kantonrechter

De kantonrechter overweegt ten aanzien van het laatste punt van de werkgever dat onder omstandigheden een vaststellingsovereenkomst kan worden aangetast. Of dat in deze kwestie ook het geval zal zijn, dient nader te worden bepaald in een eventuele loonvorderingsprocedure, maar het valt volgens de kantonrechter niet uit te sluiten. Volgens de kantonrechter vormt het bestaan van een vaststellingsovereenkomst geen beletsel om een rechtmatig belang aanwezig te kunnen achten.

Ook overweegt de kantonrechter dat in casu geen sprake is van zogeheten ‘fishing expedition’, nu de werknemer geen vastomlijnd rooster had, maar wel iedere maand hetzelfde loon kreeg uitbetaald. Volgens de kantonrechter roept dit dan ook terecht vragen op bij de werknemer.

De werkgever voert dan nog aan dat de werknemer over alle bescheiden de beschikking heeft (gehad). Hierover oordeelt de kantonrechter dat zelfs indien dit het geval is, de werkgever de werknemer in het bezit moet stellen van bescheiden die benodigd zijn om de eventuele hoogte van een loonvordering te kunnen becijferen.

VANDIJK advocaten - Jacintha Devilee

mr. J.A. Jacintha Devilee

Meer informatie? Neem contact met ons op!